het orgel

Het Dillens  – Delhaye orgel

 

 Zes jaar na de brand van 1718 in de Sint-Ignatiuskerk start de befaamde Mechelse orgelbouwer Carolus Dillens met de bouw van een nieuw orgel .  Dit is gelijkaardig aan het instrument dat in 1713 in de SS Petrus en Pauluskerk te Mechelen, ook een jezuïtenkerk werd geïnstalleerd.  Ondertussen herstelt Jan-Pieter van Baurscheit de Oudere (1669-1728) de schade in de kerk.  Het orgel, uitgevoerd in blank eikenhout , krijgt een waaiervormige orgelkast die rijkelijk is voorzien van snijwerk en wordt verankerd aan 6 balken in de westgevel .  Daardoor zweeft het orgel als het ware boven de doksaalvloer

 

Samen met Michiel van der Voort beeldhouwt hij ook 8 biechtstoelen, de preekstoel en de lambriseringen in deze kerk.  Zij zullen bij een komende restauratie hun oorspronkelijke kleur terugkrijgen.  Voor de orgelbouwer Dillens is het een opdracht om in deze brede, maar ondiepe orgelkast een goed funtionerend instrument te bouwen.

 

In 1722, een jaar na het einde van de herstelling, is de bouw van het orgel klaar.  Mogelijk was het een instrument met slechts één klavier.  In 1810 - de Sint-Ignatiuskerk is heet nu Sint-Carolus Borromeuskerk en is hulpparochie van de kathedraal geworden - verbouwt en vergroot de Antwerpse orgelmaker Jean-Joseph Delhaye tot een instrument met 2 klavieren met elk 54 toetsen.  Dat verklaart de naam Dillens-Delhaye orgel.

In de loop der jaren volgden nog enkele ingrepen : aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw werd de orgelkast donkerbruin gekleurd overeenkomstig de toenmalige esthetiek inzake eikenhout waardoor de expressiviteit van het prachtige snijwerk grotendeels verdween.

 

Sint-Carolus Borromeus wordt in 1961 parochiekerk van het nieuwe bisdom Antwerpen; een jaar later starten de ontwerpdossiers voor de restauratie van de kerk.  Voor de huidige restauratie opteerde de ontwerper om verscheidene redenen voor een terugkeer naar het verbouwde en vergrootte orgel, zoals tot stand gekomen in 1810.

 

Om de beperkingen van het in 1810 gecreëerde instrument op te vangen werd besloten om het volledige orgel 50 centimer naar voor te brengen, wat een grote uitdaging was.  Dankzij deze ingreep zijn alle orgelonderdelen nu optimaal bereikbaar.  Het orgelconcept werd geactualiseerd door toevoeging van 5 pedaalregisters, wat de mogelijkheden van het instrument aanzienlijk vergroot.

De orgelrestaurateur slaagde er wonderwel in om de ontsierende donkere laag van de orgelkast te verwijderen en izo haar oorspronkelijke, heldere kleur terug te geven.  Ook de levernsgrote beelden in zacht lindenhout van Koning David en Sint Cecilia (van de hand van Pieter-Jan van Baurscheit) konden van een totaal verval worden gered.

Dankzij de bezielende gesstdrift van de Kerkfabriek van Sint-Carolus Borromeus kunnen de zuivere klanken uit het Dillens-Delhaye orgel opnieuw klinken.  Door de restauratie beschikt Antwerpen nu over een bijzonder oogstrelend en intiem barokinstrument waar velen van kunnen genieten.