Broederschap van St. Crispinus en St. Crispianus

Sint Crispinus en Sint Crispinianus : Feestdag 25 oktober

Deze heiligen stammen uit de 3e eeuw. Over hen bestaan niet veel gegevens. Ze zijn de patroonheiligen van de schoenmakers, de leerlooiers en de orthopedisten,  manicuren en pedicuren.

Ze waren twee broers uit een voornaam Romeins geslacht. Tijdens de christenvervolgingen door keizer Diocletianus vluchtten zij naar Gallië, waar ze in Soissons (Fr.) en omstreken het christelijk geloof verkondigden en schoenen maakten voor de armen. Het was hun dekmantel voor hun missioneringwerk.

Maar ook in die streek werden de christenen door Maximianus opgejaagd. Beide broers werden overgeleverd aan prefect Rictiovarus, een wrede christenvervolger. Ze werden zwaar gefolterd: hun huid werd in repen gesneden, men stak schoenmakerspriemen (elzen) onder hun vingernagels, overgoot hen met gesmolten lood, gooide hen dan in ijskoud water en tenslotte werden ze onthoofd.
(bron Wikipedia)

Zij worden afgebeeld met een schoen of een laars in de hand, of nog met een hamer, tang, els of ander schoenmakersgereedschap.

Ze dragen handwerkerskledij of soms een voorschoot. Meestal getuigt een palm van hun martelaarschap. Er bestaan ook afbeeldingen met een mijter op het hoofd, maar dit is niet terecht daar ze geen bisschop waren. Soms worden ze ook afgebeeld met een molensteen rond de hals.

De legende leert ons dat ze in de Aisne rivier werden gegooid zonder dat ze evenwel verdronken. Uiteindelijk werden ze onthoofd. Volgens moderne biografen gebeurde de onthoofding te Rome en niet in Soissons. Dit verklaart de eeuwenlange twist tussen de bedevaartplaatsen Rome en Soissons ter ere van deze twee heiligen. In ieder geval heeft Rome veel relieken van deze heiligen in Europa verspreid. St.-Carolus Borromeus Antwerpen is de gelukkige bezitter van een deel relieken van deze heiligen en daarom is de gilde van de leerbewerkers ook in deze kerk gevestigd.

In 1685 besloten de gasten van het Antwerpse schoenmakersambacht een mis te laten lezen in de kathedraal op de feestdag van hun heiligen.

Het jaar nadien werd de confrérie gesticht, een initiatief van de schonemakersgasten Bartholomeus Marchand en Jan den Antwerpenaer. Aan de confraters werd een wekelijkse bijdrage gevraagd. Er werden 4 dekens gekozen : Joannes Luplus, Joannes van Deye, Daniël Van der Gucht en Theodoor De Grues.

Tevens werd beslist de feestdag van deze heiligen , op 25 oktober, te vieren met een plechtige mis in de kapel van het Allerheiligste Sacrament in de St. Jacob kerk, waar de confrérie aanvankelijk was gevestigd.

De Broederschap genoot al snel groot aanzien. In 1738 bekomt ze vanuit Rome relikwieën van haar patroonheiligen en in 1755 verleent Fr. Dominicus de Gentis, bisschop van Antwerpen veertig dagen aflaat aan alle gelovigen die op 25 oktober de St. Jacob kerk bezoeken en de relikwieën van de heiligen vereren.

In 1786 verleent Paus Pius VI een volle aflaat aan de gelovigen die op de feestdagen biechten en communiceren in de Sint. Jacob kerk.

In de 19e eeuw fungeerde de broederschap hoofdzakelijk als ziekenkas avant la lettre, ingeval van ziekte of invaliditeit konden de leden rekenen op steun.

Een honderdtal jaren blijft de confrérie in de St. Jacob kerk waarna ze, einde van de achttiende eeuw, verhuisde naar de Caroluskerk, die in augustus 1779 door bisschop Wellens van Antwerpen werd heropend.

In 1861 wordt het 165-jarig bestaan met de nodige luister gevierd in Caroluskerk.

Kort na de Wereldoorlog II verhuisde de confrerie naar de St. Andrieskerk

Als Eerwaarde Heer Mertens in 1954 pastoor wordt van de St.-Carolus Borromeuskerk is de broederschap op sterven na dood. Deze zielenherder, die een zwak heeft voor gilden, haalt in 1956 de confrérie van Crispinus en Crispianus terug naar zijn kerk. Hij zal ook de Sint Hubertusgilde nieuw leven inblazen

Sedert 1956 is de traditie van de jaarlijkse missen op het naamfeest van de patroonheiligen in ere gehouden. Ze groepeert nog steeds de schoenmakers en - herstellers en zoekt aansluiting met de schoenhandel.

De marteldood van deze heiligen werd geschilderd door Hiernoymus Francken. Het middenpaneel is in het Koniklijk Museum van Schone Kunsten in Antwerpen, de zijpanelen worden getoond in het kant en kunstmuseum van de St. Carolus Borromeuskerk.

Na 325 bestaat de broederschap nog steeds en dat is gevierd op zondag 23 oktober 2011 in de Artiestenmis.

 


Previous page: Nuttige adressen
Volgende pagina: De restauratie van de pastorie